All Electric wonen

De Rijksoverheid introduceerde in 2015 de term ‘BENG’ voor ‘bijna energieneutrale gebouwen’. Vanaf 2020 moet, conform de Europese richtlijn EPBD, alle nieuwbouw bijna energieneutraal zijn. Hieraan worden 3 eisen gesteld:

 

1. Een maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;

Het warmteverlies van de woning zal dus sterk moeten worden verbeterd door het

transmissie verlies, ventilatieverlies en infriltratieverlies tot een minimum te beperken.

Dit betekent dus goed isoleren, mechanische ventilatie met warmteterugwinning en goed

kierdicht bouwen.

2. Het maximale primair energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar

De woning mag dus niet veel energie halen uit het gebruikelijke elektriciteitsnet en gasnet.

3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

De woning moet in belangrijke mate zijn energie lokaal ontrekken uit zonlicht, bodem,

lucht of windkracht.

 

Trends op het gebied van zonne- en windenergie

 

In de toekomst zal elektriciteit voornamelijk decentraal wordt opgewekt. De ontwikkelingen op dit gebied lijken razend snel te gaan. Een goed voorbeeld is de nokwindturbine welke gebruik maakt van wind die langs het schuine dak omhoog stroomt waardoor de energieopbrengst drie keer hoger ligt. De verwachte opbrengst aan elektriciteit is 450 - 3.100 kWh per jaar. Ook zullen dye-sensitized en organische zonnecellen ervoor zorgen dat zonne-energie betaalbaarder en met een beter rendement opgewekt kan worden. Ook de opslag van elektriciteit wordt steeds beter beheersbaar met bijvoorbeeld de Tesla home battery.

 

Smart Grid


Energieopwekking door zonne-energie, windenergie en een micro-warmtekrachtkoppeling (micro-WKK) is onregelmatig en onvoorspelbaar waardoor ook de energielevering onzeker is. Door vraag en aanbod op elkaar af te stemmen kan optimaal gebruik gemaakt van de beschikbare energie. Smart Grid is een intelligent energienet met een meet- en regelsysteem waarmee kan worden bepaald waar in een wijk de energiebehoefte het grootst is. Wanneer bijvoorbeeld een huis een energieoverschot heeft, dan kan de overgebleven energie doorgesluisd worden naar andere woningen in de buurt.

 

Waarom een warmtepomp ?

 

Het voordeel van een warmtepomp is dat er een beperkte hoeveelheid elektriciteit nodig is om een behoorlijke hoeveelheid warmte uit de buitenlucht of bodem te onttrekken. Echter de warmtebehoefte in nieuwbouwwoningen is zeer beperkt en nieuwe technologische ontwikkelingen maken de lokale opwekking van elektriciteit steeds eenvoudiger en goedkoop.

Een warmtepompinstallatie vereist samen met een watergedragen vloerverwarmingssysteem een behoorlijke investering. Wanneer elektriciteit spotgoedkoop en duurzaam kan worden opgewekt verbleekt daarmee het voordeel van de warmtepomp.

 

Kan het zonder warmtepomp ?

 

Ja, een woning verwarmen met stralingspanelen of elektrische vloerverwarming is mogelijk wanneer een woning zeer goed is geïsoleerd, zodat de warmtebehoefte van de woning laag is.

Daarnaast kan de energiebehoefte verder worden beperkt door gebalanceerde ventilatie met wtw, een douche wtw. Een zonneboiler kan daarnaast nog een goede aanvulling bieden voor de warmtapwaterbereiding. Vanuit het oogpunt van levensduur en eenvoud is elektrische vloerverwarming een wenselijke ontwikkeling. Het nadeel ten opzichte van een warmtepompsysteem is echter dat er geen koeling aanwezig is.

 

Energiebehoefte

 

Door de investeringskosten te verschuiven van de installaties naar de bouwkundige schil kun je een woning realiseren met een jaarlijkse energiebehoefte van minder dan 20 kWh per m2.

Dit betekent dat een ééngezinswoning met een gebruiksoppervlak van 140m2 jaarlijks 2800 kWh aan energie nodig heeft. Met de huidige technieken levert een zonnepaneel per m2 al 120 kWh aan elektriciteit op. Dus met 24m2 aan zonnepanelen kan al volledig in de jaarlijkse energiebehoefte worden voorzien.

 

Conclusie

Ten opzichte van de verwarmingsconcepten op basis van een warmtepomp ligt het elektriciteitsgebruik op jaarbasis circa 1000 kWh hoger.

Vanuit het oogpunt van onderhoud en beheer, eenvoud, regelbaarheid, bouwsnelheid en levensduurkosten kan een verwarmingsconcept op basis van lokale elektrische verwarming dus een goed alternatief zijn voor een verwarmingsconcept op basis van een warmtepomp.

Dit geldt zeker voor vertrekken die slechts incidenteel verwarmd moeten worden. Om te kunnen bepalen of de voordelen op papier in de praktijk ook daadwerkelijk behaald worden, zullen demonstratieprojecten echter nodig zijn. Ondanks het controversiële karakter, zou het daarom goed zijn als partijen zich willen onderscheiden door het opzetten van dergelijke demonstratieprojecten. Wie durft?