Capaciteit bron

Het benodigde bronvermogen is afhankelijk van het afgegeven vermogen door de warmtepomp
en de COP (volgens NEN-EN14511).

Voorbeeld voor een monovalent systeem (100% warmtepomp):

Gegevens warmtepomp
COP = 4,6
Verwarmingsvermogen = 9,54 kW (bij een brontemperatuur van 0°C en CV-aanvoer van 35°C)

                                     Verwarmingsvermogen        9,54 kW
Opgenomen vermogen = --------------------------- = -------------- = 2,07 kW
                                                 COP                         4,6


Dat betekent dat van het totaal geleverde vermogen door de warmtepomp, 2,07 kW elektrisch
wordt toegevoegd.

In deze situatie moet de bron dan een capaciteit hebben van 9,54 kW – 2,07 kW = 7,47 kW

Let op ! Stel dat een in woning waar 10 kW op te stellen vermogen wordt gevraagd een bivalent systeem
wordt toegepast (bijvoorbeeld ketel + warmtepomp) Als we hier een 5 kW warmtepomp opstellen moeten we
niet een bron hebben van circa 5 kW. Deze warmtepomp zal tenslotte veel meer draaiuren maken
en daarom een bron nodig hebben gebaseerd op ongeveer 80% van de totaal benodigde vermogen (8 kW).
Je kunt dus concluderen dat je de warmtepomp het beste op basis van 100% van het benodigde
vermogen kunt selecteren gezien het kleine verschil in investering met een bivalent systeem.

Voor de uiteindelijke dimensionering van de bron zijn de volgende gegevens nodig:

Warmtepomp
1. Het COP bij verschillende brontemperaturen om het uiteindelijke verwarmingsvermogen van de warmtepomp te kunnen bepalen.
2. De ontwerpvolumestroom over de warmtepomp (verdamperzijde) in vollast.
3. Gegevens over de bronpomp om te bepalen hoeveel kPa opvoerhoogte de pomp heeft bij de ontwerpvolumestroom.

Energieprofiel
1. De energievraag voor verwarming. Hiervoor moet bepaald hoeveel kW verwarmingsvermogen daadwerkelijk door de warmtepomp wordt ontrokken uit de bron.
2. De energievraag voor koeling. Wanneer er koeling wordt toegepast is het belangrijk om te weten hoeveel kW warmte uit de woning terug aan de bron geleverd wordt.
3. De draaiuren per jaar voor verwarmings- en koelbedrijf.
4. De piekbelasting voor verwarming. Het is belangrijk om te bepalen hoeveel uur de warmtepomp non-stop zijn maximale vermogen uit de bron ontrekt in extreme situaties.
5. De piekbelasting voor koeling. Hierbij moet er bepaald worden hoeveel uur non-stop warmtelevering (kW) vanuit de woning aan de bron plaats vind tijdens de zomermaanden.

Voor een goede dimensionering kunt u ISSO publicatie 73 raadplegen. Deze geeft een duidelijk inzicht in de ontwerptechnische kwaliteitseisen en uitvoeringsrichtlijnen
voor verticale bodemwarmtewisselaarsystemen.